Het zonnestelsel

 

Inhoud

Planeten

Dwergplaneten

Solar_sys

Het zonnestelsel Credit: NASA

Het zonnestelsel bevat alles wat om onze zon draait (direct of indirect), we hebben het dan over planeten, dwergplaneten en allemaal kleine objecten die direct om  de zon heen draaien. Als we naar de objecten kijken die indirect om de zon heen draaien, hebben we het over manen. Hiervan zijn er 2 groter dan de kleinste planeet (Mercurius) in ons zonnestelsel.

Het zonnestelsel werd 4,6 miljard jaar geleden gevormd   uit een wolk van gas en stof in de ruimte. De meeste massa vinden we terug in de zon en een heel groot deel van de rest in Jupiter. De vier binnenste planeten zijn aardachtig, terwijl de 4 buitenste grote gasreuzen zijn.

Veel van de kleinere objecten in het zonnestelsel vinden  we terug in de asteroïdengordel, deze ligt tussen Mars en Jupiter. Dit zijn voornamelijk objecten van steen en  metaal. Als we verder dan Neptunus gaan komen we bij  de TNO’s (TransNeptunische Objecten) uit, welke dan weer voornamelijk bestaan uit ijs. De TNO’s vinden we voornamelijk in de Kuipergordel en in de Scattered disc. Objecten die door hun eigen zwaartekracht rond zijn geworden noemen we dwergplaneten. Verder vinden we hier ook nog verschillende kometen die tussen de Kuipergordel en de zon bewegen.

De meeste planeten en een aantal dwergplaneten hebben ook nog objecten die dan weer om hun heen draaien, deze objecten noemen wij manen.

De geladen deeltjes die van de zon afkomstig zijn, de zonnewind, vormt een soort bol om het zonnestelsel heen. Deze bol noemen we de heliosfeer. Buiten de heliosfeer ligt de Oortwolk, hier komen kometen vandaan die er meer dan 200 jaar over doen om weer op hun beginpunt te komen.

Ons zonnestelsel bevindt zich in de Orion Arm, op ongeveer 26.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg.

Size_planets_comparison

De planeten van groot naar klein. Credit: Lsmpascal

Ontdekking & verkenning

Voor het grootste deel van de geschiedenis geloofde men dat de aarde het middelpunt van alles was (geocentrisch), ondanks dat Aristarchus al het idee opperde dat dit niet zo was. Pas in de 15e eeuw maakte Copernicus het eerste wiskundige model voor een heliocentrisch systeem, waarin de aarde rond de zon draaide. Dit leidde tot grote problemen met de kerk in die tijd. In de 17e eeuw ontwikkelde Galilei, Kepler en Newton de natuurkunde, wat uiteindelijk leidde tot acceptatie van het heliocentrisch systeem. Sindsdien zijn er veel ontdekkingen gedaan met behulp van telescopen. Toen de ruimtevaart op gang kwam, zijn we robots naar de planeten aan het sturen om nieuwe dingen te ontdekken. Sinds dat moment beantwoorden wetenschappers veel vragen, maar doemen er ook weer veel nieuwe mysteries op.

Ontstaan en het einde van het zonnestelsel

Ongeveer 4,6 miljard jaar geleden, stortte een grote gas- en stofwolk in, waardoor de zon geboren werd. Na deze ineenstorting ontstond er een schijf met gas en stof, die om de zon draaide. Hierin werden veel planeten geboren, de meeste van de planeten botsten met elkaar, waardoor er steeds minder, maar wel grotere, planeten gevormd werden. Vanaf het punt waar het te koud was, werden de grote gasreuzen gevormd. De deeltjes die overbleven vormden de asteroïden gordel, de Kuipergordel en de Oortwolk.

Over ongeveer 5 miljard jaar zal de zon al het waterstof naar helium hebben omgezet, tot die tijd blijft het zonnestelsel redelijk zoals het nu is. Nadat het waterstof is omgezet naar helium, zal de kern van de zon instorten en worden de buitenste lagen ongeveer 260 keer groter worden dan het nu is. Vanaf dat moment wordt de zon een rode reus. Hierdoor wordt Mercurius helemaal opgeslokt en wordt de aarde onbewoonbaar. Uiteindelijk zullen er geen nucleaire reacties meer plaatsvinden in de zon en vliegen de buitenste lagen weg. Er blijft dan alleen nog een witte dwerg achter, met de helft van de massa van de zon, maar zo klein als de aarde.

Locatie in de ruimte

Het zonnestelsel bevind zich ongeveer 26.000 lichtjaar van het centrum van de Melkweg in de Orion Arm. En draait in 225-250 miljoen jaar een rondje om het centrum van de Melkweg. De locatie van de zon in de Melkweg is van belang voor het leven hier op aarde. In een spiraalarm vinden veel meer supernova’s plaats en die geven dodelijke straling af. Dus als de zon net iets verder in een spiraalarm zou liggen, is er minder stabiliteit op aarde om te evolueren. Te dicht bij het centrum en dan zouden er, door de zwaartekracht van het centrum, meer kometen uit de Oortwolk naar ons toe komen, wat waarschijnlijk weer meer botsingen veroorzaakt. Verder zouden we ook teveel last hebben van de intense straling uit het centrum.

Sterren in de buurt

Earth's_Location_in_the_Universe

De aarde in de ruimte Credit: Andrew Z. Colvin

Binnen een afstand van 10 lichtjaar bevinden zich weinig sterren, het dichtstbij ligt Alpha Centauri (4,4 lj), dit stelsel bevat 3 sterren, Alpha Centauri A & B en Proxima Centauri. Dan volgen rode dwergen als Barnard’s Ster (5,9 lj), Wolf 359 (7,8 lj) & Lalande 21185 (8,3 lj). De bruine dwerg Luhman 16 ligt op 6,6 lichtjaar bij ons vandaan. De grootste ster bij ons in de buurt is Sirius (8,6 lj), welke 2 keer zo zwaar als de zon is en nog een kleine witte dwerg om zich heen heeft draaien. Dan volgen rode dwergen Luyten 726-8 (8,7 lj) en Ross 154 (9,7 lj). Verder ligt op 7 lichtjaar nog een weesplaneet (een planeet zonder zonnestelsel), WISE 0855-0714.

Bron: Wikipedia.org

Vragen? Stel ze hieronder.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox voor de AVG is verplicht

*

Ik ga akkoord