De zon

Solar_prominence_from_STEREO_spacecraft_September_29,_2008

De zon Credit: NASA

De zon is onze ster in het midden van ons zonnestelsel en de belangrijkste bron voor leven op aarde. De diameter van de zon is 109 keer groter dan die van de aarde en de zon weegt ruim 330.000 keer meer dan de aarde. Voor een groot deel bestaat de zon uit waterstof, zo’n 73%, de rest bestaat uit helium, 25%, en een kleine hoeveelheid zwaardere elementen.

De zon werd 4,6 miljard jaar geleden gevormd uit een wolk van gas en stof, de overblijfselen van deze wolk vormde de planeten. De zon is ongeveer op de helft van haar leven. Over ongeveer 5 miljard jaar zal de zon gaan groeien tot een rode reus en slokt dan Mercurius en Venus op. Dit zorgt er ook voor dat de aarde onbewoonbaar wordt.

Naam

De naam van de zon is afkomstig van het Proto-Germaanse woord sunnōn en is terug te vinden in de andere Germaanse talen. De term sol wordt veel gebruikt door astronomen om de duratie van een dag te benoemen.

Karakteristiek

De zon is bij uitstek het meest heldere object aan de hemel, 13 miljard keer helderder dan de helderste ster Sirius. De aarde staat op een afstand van 1 astronomische eenheid van de zon, ofwel 150.000.000 kilometer, hoewel de baan van de aarde niet perfect rond is. Hierdoor staat de aarde in januari iets dichterbij de zon en in juli verder weg. Het zonlicht doet er 8 minuten en 19 seconden over om de aarde te bereiken, dus we zien de zon zoals ze er ruim 8 minuten geleden uitzag. Dit licht wordt door bijna al het leven op aarde gebruikt en veroorzaakt het weer en klimaat.

Het zonlicht bestaat voor 50% uit infrarood licht, 40% zichtbaar licht en 10% ultraviolet licht. Gelukkig voor ons filtert de atmosfeer van de aarde 70% van het ultraviolette licht, waardoor we minder vatbaar zijn voor verbranden en we minder ziektes, zoals kanker, krijgen. Door verstrooiing in de atmosfeer zien we de zon ’s ochtends en ’s avonds als een gele, rode, oranje schijf. Het zonlicht doet er 10.000 tot miljoenen jaren over om het oppervlak van de zon te bereiken.

Structuur

Sun_poster.svg.png

De structuur van de zon. Credit: Kelvinsong

De kern van de zon neemt ongeveer 20-25% van de straal van de zon in. Hier vindt de kernfusie plaats en wordt ook de warmte opgewekt die wij op aarde voelen.

De radiatie zone bevindt zich tussen 1/4 en 7/10 deel van de straal van de zon. Hier neemt de warmte van de zon van 7 miljoen graden af tot 2 miljoen graden, waarbij radiatie ontstaat.

De Tachocline is een deel van de zon tussen de radiatie zone en de convectiezone. Hier wordt waarschijnlijk het magnetische veld van de zon opgewekt.

De convectiezone strekt zich uit tot net iets onder het oppervlak van de zon. Hier stijgt verwarmd materiaal op naar het oppervlak van de zon. Tijdens het stijgen neemt de temperatuur af tot 5700 graden.

De fotosfeer is het oppervlak van de zon, hier kan het zonlicht vrij de ruimte in vliegen en vervliegt ook meteen alle energie van de zon.

De atmosfeer van de zon is te zien tijdens een totale zonsverduistering en bestaat uit vier delen:

  • De chromosfeer
  • De transitie regio
  • De corona
  • De heliosfeer

Observatie

Missies

De eerste satellieten die de zon moesten observeren waren Pioneers 5, 6, 7, 8 & 9 van de NASA. De satellieten bleven op een afstand ongeveer gelijk aan die van de aarde. Ze verrichtten de eerste gedetailleerde metingen van de zonnewind en het magnetisch veld.

In de jaren ’70 gaven de 2 (West-Duitse en Amerikaanse) Helios satellieten en de Skylab Apollo Telescope Mount beter informatie over de zonnewind en de corona.

Actual_Sunrise.jpeg

Zonsopkomst Credit: Jessie Eastland

In 1980 werd de Solar Maximum Missie gelanceerd door NASA. De missie moest gamma-, röntgen- en UV-straling van zonnevlammen en de helderheid van de zon meten. Maar een paar maanden na de lancering zorgde een elektronisch probleem ervoor dat de satelliet op stand-by ging. In 1984 zorgde een space shuttle missie ervoor dat de satelliet gerepareerd werd.

In 1990 werd de Ulysses satelliet gelanceerd, deze satelliet was de eerste en tot nu toe laatste satelliet die de polen van de zon moest onderzoeken.

In 1991 lanceerde Japan de Yohkoh (zonnestraal) die de röntgenstraling van de zonnevlam moest meten.

De meest belangrijke missies waren de Solar and Heliospheric Observatory (ESA-NASA, 1995) en de Solar Dynamics Observatory (NASA, 2010) missies.

In 2001 werd Genesis gelanceerd, een satelliet die een deel van de zonnewind moest terugbrengen naar aarde. De satelliet crashte in 2004, maar een deel van het materiaal was nog te gebruiken voor onderzoek.

In 2006 werd de STEREO missie gelanceerd om naar plasmawolken te kijken.

In 2017-2018 staat de Aditya missie van India gepland, welke de corona gaat bestuderen.

Zelf observeren

Zelf recht in de zon kijken is geen goed idee, hoewel het voor een korte periode niet gevaarlijk is. Te lang naar de zon kijken kan ervoor zorgen dat je (gedeeltelijk) blind raakt. Daarnaast verwarmd het zonlicht je ogen, waardoor je blijvende schade aan je ogen kan oplopen.

Tijdens een gedeeltelijke zonsverduistering naar de zon kijken is veel gevaarlijker, omdat je ogen niet tegen het grote visuele contrast kunnen. Dit contrast ontstaat, doordat de maan maar een deel van ze zon blokkeert en het andere deel is, nog steeds, net zo fel als normaal zonlicht.

Door een telescoop kijken zonder de juiste filters is ook gevaarlijker, omdat het licht samen wordt gebundeld, waardoor er nog meer schade ontstaat.

Wanneer je wel fatsoenlijk naar de zon kan kijken is tijdens zonsopkomst of zonsondergang. Op die momenten verliest het zonlicht veel energie en felheid, omdat het zonlicht dan een langere weg door de atmosfeer moet afleggen.

Voorbeeld

Verschil tussen overdag en ’s ochtends/’s avonds.

Bron: Wikipedia.org

Vragen? Stel ze hieronder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

* Checkbox voor de AVG is verplicht

*

Ik ga akkoord